CPI-C for Java
Een Internet-technologie die de laatste jaren sterk in de
belangstelling staat, is de netwerkcomputing omgeving Java, die is
ontwikkeld door Sun Microsystems.
Java is om de volgende twee redenen een bruikbare technologie:
- Het is platform-onafhankelijk, dus toepassingen kunnen nadat ze
zijn ontwikkeld, op een groot aantal verschillende typen computers
worden uitgevoerd.
- Het kan dynamisch worden geladen, dus de programmacode kan op een
server staan en naar de client worden overgebracht op het moment dat
dit nodig is. Daarmee worden de kosten van clientinstallaties beperkt.
IBM heeft een Java-binding ontwikkeld naar Common Programming
Interface for Communications (CPI-C), een open API voor SNA LU 6.2.
Daarmee is Java beter geschikt gemaakt voor bedrijfsintranetten die
aan hoge betrouwbaarheidseisen moeten voldoen.
De CPI-C for Java-toolkit biedt de volgende mogelijkheden:
- Ontwikkeling van CPI-C for Java-toepassingen die op alle
platforms kunnen worden uitgevoerd die over ondersteuning voor CPI-C
for Java beschikken.
- Omzetting van clienttoepassingen naar CPI-C for Java, zodat deze
gegevens kunnen uitwisselen met bestaande APPC- en
CPI-C-servertoepassingen zonder dat deze servertoepassingen hoeven te
worden aangepast.
- Uitbouw van uw bestaande CPI-C-programmeervaardigheden naar de
nieuwe gebied Java.
Voorbeeldprogramma JPing
JPing is een voorbeeld van een CPI-C Java-toepassing die
vergelijkbaar is met de ASUITE-clienttoepassing "APING".
JPing wisselt gegevens uit met een APING Server-proces (APINGD) dat
op de gateway of op een werkstation is gestart.
JPing kan worden uitgevoerd vanaf een opdrachtregel, waarbij de opgegeven
opdrachtregelparameters de werking bepalen.
Het klassenbestand JPing.class maakt deel uit van het
Java Archive-bestand CPICJAVA.JAR.
Als u het programma uitvoert, moet u aan de JRE (Java Runtime
Environment) opgeven waar dit klassenbestand kan worden gevonden.
In de onderstaande voorbeelden is aangenomen dat Personal
Communications is geïnstalleerd in C:\Program
Files\Personal Communications.
De JRE is geïnstalleerd in de subdirectory
JRE en het JAR-bestand bevindt zich in
de subdirectory samples\JPing.
In het eerste voorbeeld wordt JPing uitgevoerd met de parameter
-?, waarmee een bericht over de
syntaxis wordt afgebeeld.
C:\Program Files\Personal Communications>jre\bin\jre -cp .\CPICJAVA.JAR JPing -?
Copyright IBM Corporation 1997. All rights reserved.
U.S. Government Users Restricted Rights - Use, duplication
or disclosure restricted by GSA ADP Schedule Contract with
IBM Corp.
JPing [-s symb_dest] [-n num_iter] [-d data_len]
De optie "-cp .\CPICJAVA.JAR"
geeft aan de JRE aan dat bij het zoeken naar klassen behalve in de
standaardlocaties en de omgevingsvariabele CLASSPATH ook in
CPICJAVA.JAR moet worden gezocht.
In het volgende voorbeeld is aangenomen dat de gebruiker aan de
CPI-C-zijde een gegevensrecord "APINGM4" heeft
geconfigureerd.
In dit voorbeeld wordt JPing gedurende 10 iteraties uitgevoerd met de
symbolische CPI-C-bestemmingsnaam -s APINGM4:
C:\Program Files\Personal Communications>jre\bin\jre -cp .\CPICJAVA.JAR JPing -s APINGM4 -n 10
-----------------JPing Opening------------------
OS Name = Windows 95
CPI-C Side Info (-s) = APINGM4
Number Iterations (-n) = 10
Data Length (-d) = 2000
Max Buffer (cmembs) = 65535
Allocate Time = 0.05 seconds
Version Exchange Time = 0.66 seconds
Server Error Version: 1
ServerVersion: 2.38
Ping Time = 0.11 seconds
Ping Time = 0.05 seconds
Ping Time = 0.11 seconds
Ping Time = 0.06 seconds
Ping Time = 0.05 seconds
Ping Time = 0.11 seconds
Ping Time = 0.06 seconds
Ping Time = 0.05 seconds
Ping Time = 0.06 seconds
Ping Time = 0.11 seconds
Total Ping Time = 0.77
Average Ping Time = 0.077
-----------------JPing Closing------------------
Raadpleeg de publicaties Aan de slag en Configuration
File Reference voor informatie over de configuratie van CPI-C Side
Information-records voor APING en JPing.
In het gegeven voorbeeld kan op dit moment geen stuurpuntnaam worden
opgegeven als Partner LU-naam, maar dat kan eenvoudig worden gewijzigd.